Velomediane 2013: Colpadres halen beiden goud

Wat vooraf ging

Na een goed kwartier rijden was ik getuige van een zware valpartij, of althans van het slachtoffer. Kort nadien problemen met een weerbarstige pioen die freeweehlen onmogelijk maakt, een marteling voor een lichaam dat interval in de genen heeft. We schrijven 2011. Onvoorbereid en onwetend stonden we in Huy aan de start van de Gran Fondo Eddy Merckx. Mijn eerste cyclo, mijn Dimaro en ik, vooral op aangeven van colpadre Steve. Het werd dus geen succes. Na 100 kilometer Steve laten rijden en eerst opgelucht, dan noodgedwongen rustig naar Huy gereden om de te eindigen met de Muur. Brons onwaardig achteraf beschouwd. Steve behaalt zilver en in dat jaar zijn eerste goud in de Velomediane. Bij mij is het een haat-liefde verhouding.

Eén jaar later verschoof het GFEM-circus naar Bleyd. Zelfde concept, ander parcours. Beter getraind, niet voldoende. Concept: gas geven en zien waar het schip strandt. Ongeveer één meter na de start heeft Steve een probleem waardoor we de massa zien voorbijschuiven. Eerste 100 kilometer gaan goed, we proberen samen te rijden. Vlak voor de tweede bevoorrading raken we in een verschillend groepje wat beetje aanvoelt als ‘niet-de-bedoeling’. Vlak na die bevoorrading zitten we terug in zelfde groepje, zonder dat ik het doorhad. Het laatste stuk van het parcours bleek dan ook nog eens een stuk lastiger. Samen met krampen tot achter de oren en goud onhaalbaar. Wel tempo blijven onderhouden en zilver in 2012. Terecht, en het besef dat goud wel haalbaar is mits goede voorbereiding. 

De kaai

2013, een Grand Cru op sportief vlak. Eind augustus staan we aan de start van de Velomediane, op de kaai in La Roche, mijn Canyon en ikzelf. Dat we daar staan, is geen kwestie van pieken naar een doel maar eerder een zaak van ‘het ijzer smeden als het heet is’. Of nog niet al te veel afgekoeld, om iets correcter te zijn. Ik trapte in het voorjaar al vrij soepel, op fietsreis werd die trend verder gezet en ook de Bierstal Classic besttijd moest er aan geloven begin juli. De klimtijdrit op de Ventoux leverde ook leuke herinneringen op (en een dito tijd) dus met de moraal zat alles snor. Alleen, weinig Ardennenparcours gereden laatste maanden, en de ritten van 150 kilometer waren ook al even geleden. Mijn cyclo verleden is geen hoogvlieger, maar ik ben beter. Ik twijfel. In tegenstelling tot eerdere pogingen zou geen goud halen nu echter wel een ontgoocheling zijn…

We nemen afscheid rond de aankomstplaats waar we geparkeerd staan. Vijf uur opstaan ging vrij vlot, de rit liep als zo vaak gesmeerd, en Steve behoort tot de gepriviligeerde starters dus heeft iets meer tijd. Ik begeef me naar de plek waar ik verwacht wordt, voor en achter zie ik fietsers met de fiets aan de hand zenuwachtig zijn. Het gevoel is gelijkaardig aan de stadslopen, het wachten duurt te lang. Ik heb gewoon goesting om te starten. Als bij toeval zie ik Steve nog even passeren, ik sta net aan een zijstraat. Ik betrap mezelf erop dat ik net iets te vaak alles controleer. Toch geen repen uit mijn achterzak gevallen? Mijn GSM zit er toch nog in? Tijdschema rechts? Mijn zakken zitten te vol. Normaal gedrag als je iets wil gaan presteren. Het startschot gaat af, maar geen beweging.

Het duurt lang, zoals dat bij wachten altijd het geval is. Ik bedenk dat Steve inhalen een hele klus gaat worden al is dat op 170km toch wel relatief. Stapvoets gaat het richting start en eens ik, voeten van de grond, mijn fiets in beweging breng rijd ik over de mat. 5 meter verder staat er eentje met dure fiets te sleutelen. We gaan de brug over en omhoog. Ik maak tempo, passeer veel mensen, maar behoed me wel van al te gek doen. Het is nog ver. Steve zit ongeveer vijf minuten voor. De jacht is open.

De Velomediane bestaat uit drie lussen, je komt dus twee keer langs La Roche.  Die eerste lus rijd je constant tussen mensen. Pelotons rijden voorbij en worden voorbijgereden in het begin. Ik merk daar al dat het bergop meestal goed gaat in vergelijking met anderen maar bergaf ben ik wat te voorzichtig. Opletten in de massa is slechts een deel van de wijsheid. Eén keertje word ik wat onoordeelkundig de pas afgesneden door een waaghals, wat mijn afdalingen ook niet meteen  ten goede komt. Mijn gemiddelde draait rond de 30 km/u, dat loopt dus goed voorlopig. Het verbaast me zelfs een beetje, er wordt toch veel geklommen, ik had gedacht  dat de average sneller ging dalen. Terug in La Roche, veel volk. Ik zit nog steeds in grotere groepen, alles gaat goed.

De tweede lus gaat over de Muur de Velomediane. Maboge, ik was er al eens. Ik schat dat het 7 jaar geleden is met Sandra maar ik zie de helling nog voor me. Genoeg voor terreinkennis in elk geval. De aangekondigde ambiance bleef wat uit, al zat er wel een accordeonist te spelen. Ik herkende de aanloop perfect, maar de helling viel iets langer uit dan ik dacht. Er kan een korte babbel af met een sympathieke Nederlander. Small talk, we weten toch allebei dat het steil is. Al bij al wel vlot boven geraakt en klaar voor het drieluik, de Haussire. Het gemiddelde is nog steeds intact. Ik voel me goed maar de onzekerheid over het nakende verval in de tweede halft blijft. Bij de bevoorraading vul ik de bidons bij, grijp een reep mee en weg. Tijdverlies beperken, dat doet Steve ook, ben ik zeker van. Waar zou hij zitten?

Haussire

La Roche centrum. Opwinding. Het verkeer draait er in de soep en ik moet even voet aan grond zetten om het kruispunt over te komen. Ik heb de Haussire nog niet lans hier beklommen, wel al langs twee andere kanten. De ingang door het smalle steegje –die we nu doen- is zeker de mooiste aanloop, de helling gelijkaardig. Zwaar dus. Ik geef hier wel wat extra. Lukt het me straks niet op goud te halen, wil ik de snelste klimtijd op de Haussire als troostprijs. Hier ga ik in de stukjes afdaling wel vol tempo rijden, en na het twee stukje merk ik dat mijn tijd normaal onder de 17’ moet blijven. Die laatste kilometer aan 12 km/u, dat moet toch lukken? De inschatting klopt, ik blijf netjes onder de 17’, wat me enerzijds een boost geeft en anderzijds ook vermoeide benen oplevert. Op de Samrée die volgt rijd ik grote stukken alleen. Nu wordt het tactischer bedenk ik. De groepjes zijn kleiner en meer verspreid, je kan vanaf nu in niemandsland terecht komen met grote gevolgen voor de eindtijd.

In de hellingen na de Samrée zak ik af en toe wat door een groepje, ik draag de gevolgen van een snelle beklimming denk ik. Het blijft opletten dat het vat niet te vroeg leeg loopt. Ik zie wel vaak dezelfde mensen terugkeren. Ik ben op mijn niveau terecht gekomen. Het is ondertussen wel beginnen gieten terwijl we de langste afdaling hebben richting 100 km en de Roche a frene. Ik rijd alleen, en sluit aan bij twee anderen die gestopt zijn voor hun regenjas. Ik zet mij in derde positie en laat me door hen naar beneden leiden. Het gaat een fractie te traag maar gezien het natte wegdek en de afstand die nog volgt, kom ik niet uit het wiel. Roche a Frene doet pijn, dat wist ik en het wordt bevestigd. Na deze helling rijd ik weer alleen, en ik maak me lichtjes zorgen over het lange tussenstuk richting Cote de Beffe straks. Af en toe merk ik een renner op met de stijl van Steve, maar evenveel af en toe is het vals alarm.

De Rideux doet ook pijn, ik kan tempo onderhouden maar het gaat moeizamer dan voorheen. De recuperatie op vlakkere stukken is wel behoorlijk en ik kan vrij snel tempo rijden na een klim. De aftakeling is ingezet maar nog niet drastisch. Ik ben zelf af en toe tempomaker maar maak me toch nog steeds zorgen om dat tussenstuk, als de wind daar beetje verkeerd zit zou ik wel eens kunnen parkeren. Aan de laatste bevoorrading merk ik meer mensen op, ik schat het risico in en beperk me tot even wat bijdrinken en terug weg. Waar zou Steve ergens zitten? En dat tijdschema, dat begint er nu toch goed uit te zien, goud lijkt binnen bereik te liggen. Verder trappen.

Spandau Ballet

Tactiek of geluk, geen idee, maar ik zit vrij snel in een grote groep. In de staart van de groep, wat iets meer krachten kost dan nodig af en toe, maar deze mannen laat ik niet los tot de laatste zware helling van de dag: de cote de Beffe. We vlammen aan 35/u richting voet van de berg en ik prijs me gelukkig dat ik hier kan meedrijven in de groep. Minder karchten, goed voor mijn gemiddelde. Ik weet dat er een zware zit aan te komen, met daarna nog wat vervelende kilometers, maar het zijn de laatste. Meer en meer heb je ook door dat het tijdsgewijs wel goed zit, en dat er wat marge lijkt te zijn. Het gemiddelde blijft ook boven de 29 liggen. Alles lijkt te kloppen. In deze groep, in dit stuk, heb ik –voor het eerst- het gevoel dat ik aan de winnende hand ben. Winnend van de tijdslimiet. Een leuk gevoel. Een heel leuk gevoel.

Van bij de eerste meters van deze laatste kuitenbijter, spat onze groep uit elkaar. Alsof er een bom in gevallen is. Ik haal in en word ingehaald, het maakt me ook niet zo veel meer uit. Ik ga in mijn eigen best mogelijke tempo omhoog en weet dat ik daarna wel nog in staat zal zijn om tempo aan te houden. Bruuske bewegingen zijn ondertussen te mijden want mijn benen vertonen samentrekkingen, de voorloper van krampen. Na de Beffe volgt geen afdaling maar vals plat gevolgd door nog een beetje doorklimmen. De steile percentages zijn echter verleden tijd en het gevoel wordt alsmaar euforischer. Eens boven is het zelfs emotie en stort ik me in een roes naar beneden. Ik maak deel uit van een drietal dat zich naar beneden stort aan hoge bijtrapsnelheid, we draaien rond, de staat van mijn benen is aanvaardbaar. Het spurtje naar de eindmeet eigenlijk een beetje belachelijk maar soms moet je gewoon doen wat het gevoel opdraagt. 5u48 is ruim onder 6u05 en vlak na de aankomst zie ik Steve al meteen staan. Vreugde is altijd leuker als ze gedeeld kan worden, een goed gevoel. The colpadres are gold! Ik heb zin om het uit te schreeuwen! De jacht was een goede motivatie, maar de laatste 20 km ging het enkel om goud. De nepmedaille gaat mee richting Evergem.

Velomediane 2013 valt in de categorie ‘glory days’. Goud in een cyclo is toch wel een maatstaf waar je in ambitieus toeristenmidden mee kan uitpakken. Het heeft even geduurd maar ik snap het gevoel wel dat Steve al enige tijd te pakken heeft. Strava brengt ons trouwens nog enkele opmerkelijke cijfergegevens bij. Zo reed ik op de meeste beklimmingen iets sneller omhoog, en pakte Steve dat steeds terug in de afdalingen. Maar wat toch vooral opmerkelijk is: we reden de ganse dag, 170km lang, zonder enige informatie over de ander en eindigen met amper 2 minuten verschil in netto tijd. 2 minuten die ik, ook merkbaar in Strava, verlies in de laatste 20 kilometer, denk ik. Het niveau is gelijk, maar als je ons laat pakken we het verschillend aan.

De terugrit is memorabel en begint met Spandau Ballet: You are gold!  Always believe in … I want to ride my bicyle. Lalalalalala…. You’re indestructible!

Alleen Queen is de dag nadien niet meer correct. 2013 heeft veel gegeven maar de decompressie is groot. De fiets blijft even onder de trap staan. Tijdelijk, want het besef dat de tweewieler me fantastische momenten bezorgt is groter dan ooit.

medaille

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s