Trots #RVV

Het was een vrij impulsieve beslissing. Hoezo, het eerste lenteweekend volgende week? Op de dag van de Ronde? Een jaar eerder waren we er ook bij maar toen regende het 100km lang pijpenstelen. Mijn basisconditie is meer dan behoorlijk en met wat zon erbij is het toch wat minder lastig, nee? Op donderdag koop ik een startnummer over van iemand die last-minute heeft afgehaakt. Twee dagen later wil ik voor het tweede jaar op rij de Ronde rijden. Opgezogen worden door de sfeer en heroïek van deze koers, en tegelijk mijn eigen grenzen aftasten. Want wat is er mogelijk zonder echte voorbereiding?

De afstand van de cyclo bedraagt 227km dit jaar. Ik start echter thuis en niet in Brugge, dus het doel is op het einde van de dag elke hindernis te hebben gereden, en minstens 227 km op de teller hebben staan. De rit naar Brugge wordt me dus bespaard. Of eerder, aan diegene die me anders had moeten afzetten… Ik spring aan mijn eigen garagepoort op de fiets, en ga solo richting parcours. Inpikken zal ik straks doen in Oeselgem, maar eerst liggen daar nog ettelijke kilometers langs kanalen te wachten. Met rust, veel rust. Een vroege ochtendzon die haar best doet en vogels die zich laten horen. Zelfs nog een vreemde vogel met een stuurplakkaatje van de Ronde. In de verkeerde richting nog wel… Op het moment dat ik inpik op het officiële parcours, heb ik 40 km te weinig. Het is een ronde in de Ronde, ergens moet ik nog 40km weten te recupereren. Meer dan de helft daarvan komen na de officiële finish, omdat ik naar de schoonfamilie rijd waar Sandra zal zijn. Mijn lift naar huis. Over die andere 15 stellen we ons later nog wel eens vragen.

Eenzame leider

Ik kom op het parcours vóór de snelle jongens uit Brugge. Nog steeds heel rustige straten dus. Een bevoorrading die net open is waar ik in alle rust een praatje kan slaan met de vrijwilligers, vlak voor de grote overrompeling. Na de eerste stop voel ik me de eenzame leider in de koers. Niemand voor, nieand achter, maar hier en daar wle al groepjes supporters in afwachting van hun familielid. Die me toejuichen. Rondesfeer, hoe plezant is dat. Huise dorp draai ik linksop over een korte strook met kasseien. Even verder ligt de Lange Ast, een kasseistrook bergaf waar je op het fietspad moet. Maar dat is geasfalteerd. Ik ga voor de kasseien. Ik vlam er een Golazo –wagen voorbij al dokkerend. De wagen stond stil, langs het parcours. Seingevers schieten in actie, blij als ze zijn met de eerste fietser, zo lijkt het.

Even verder pikken ook de mensen in die 130 km willen fietsen. Geen grote groepen, want het sluitingsuur voor vertrek is bereikt in Oudenaarde. De eerste mannen uit Brugge stuiven voorbij. De geur van ingesmeerde kuiten valt op, samen met de eerste zenuwachtigere gedragingen. Hopla, een groep door het rood. Hieraan doe ik niet mee. Ik laat sowieso alles rijden dat ook maar een fractie sneller gaat dan mij. Ik denk te weten wat mijn lichaam kan verdragen en hoop daarmee het einde te halen. Sneller is uit den boze.

Wolvenberg. Eerste keer echt bergop. Eerste keer veel volk dicht bij elkaar. En eerste keer op de kleine plaat. Peddelen naar boven tussen al iets luidruchtigere toeschouwers. Het spel zit op de wagen, we zijn eraan begonnen. Nog 17 hellingen. Nog 8 kasseistroken. De hindernissen komen snel, de kilometers ook, er valt veel te beleven.

Molenberg

De Molenberg is mijn berg. Kort, hevig en ik denk het ideale recept te weten om hem op te rijden. Volledig vrije baan voor me, niks in de weg. Even optrekken aan de Mechelse Koekoek, en de bocht door. ‘Amai, die gaat goed’, hoor ik achter me. Morele boost. Ik schakel terug om me verder te sparen maar toch wordt dit de hartslagpiek van de Ronde, samen met de Koppenberg. Boven moet ik even mijn ademhaling onder controle krijgen. Een blondine op de top heeft dat door en lacht me vriendelijk toe. Ik voel me betrapt. Dat was inderdaad iets minder gedoseerd…

Berendries

Na de Molenberg heb je een stuk met de kasseien van de Paddestraat, Haaghoek en het drieluik Leberg-Berendries en Valkenberg op een zakdoek. We moeten het vel van de beer niet te snel verkopen. Op de Berendries meen ik signalen van zwakte op te merken, maar het is loos alarm, besluit ik. Ik schakel telkens heel klein en de hellingen worden vlot verteerd. Na de Valkenberg even niks, op weg naar de Eikenberg en de bevoorrading. Daar begint het echt. De finale. Er is een lichte meewind, het gaat vlot, de moraal is goed. Rondom mij hoor ik vooral Britten praten, maar ook Nederlanders zijn goed vertegenwoordigd lijkt het. Het maakt deel uit van de sfeerschepping. Iedereen wil de Ronde rijden.

Ik plas er trouwens op los zeg. Bij elke bevoorrading sowieso en zie mij hier weer staan langs de kant. Is dat nu stress voor de Koppenberg? Ik nam mezelf vanmorgen voor zeker genoeg te drinken, en dat vertaalt zich nu in dit… Mij niet gelaten, als het straks ook rendeert in geen krampen.

Koppenberg

Het blijft iets speciaals. De Koppenberg. De zwaarste van Vlaanderen, zonder directe concurrentie. Zwaarder omdat hij ook technisch moeilijker is, bij natiigheid quasi onmogelijk. In groep eveneens quasi onmogelijk, zie maar bij de profs. Laat staan dat het goed komt bij toeristen die er maar moeizaam op geraken. Bij mijn aankomst daar zit alles vast. We komen langs de spoorwegbedding aan de voet van deze helling. Links van ons zien we stappende fietsers. Ik ken het fenomeen, het was vorig jaar niet anders. Mijn drang om te fietsen doet me rondrijden langs Rotelenberg, Elststraat en de achterkant van de koppenberg. Driemaal minder zwaar maar wel drie keer omhoog om terug op de route te komen. Jammer, ik wijs er nog enkele gelijkgestemden de weg omdat ze van plan zijn een off-road stuk in te rijden.

Ik zit nu middenin de finale. Hier begint het straks. Koppenberg, Steenbeekdries, Taaienberg. En dan richting Ronse, het tussenstuk waar daags nadien Kwiatowski en Sagan het hazenpad kiezen op een schalkse manier. Onze finale ziet er licht anders uit, we moeten eerst nog over Kaperij en Kanarieberg, om zo naar Kruisberg te fietsen. Ik tel in blokjes van drie. Nadien rest nog Karnemelkbeek, Kwaremont en Paterberg, het sluitstuk.

Pater

Na de Kanarieberg begin ik het zeker te zijn. Deze benen zijn niet vermoeibaar, ze blijven gaan. Ik rijd niet snel maar het verval is minimaal. Nog maar vier hellingen, ik rijd fietsers van alle pluimages voorbij op mijn piemelverzetje. Ook die met rode stickers op de bovenbuis (kortere afstand). De Red Bull bovenop de Karnemelkbeek (de E3 col genaamd) laat ik aan mij voorbij gaan. Niet dit jaar wegens niet nodig. De duik naar de Kwaremont, dat zit in mijn hoofd. Nog twee te gaan. De Kwaremont valt wel mee. Om rustig op te rijden, hij is niet zo steil en kasseien schrikken me niet af. Het is er wel blokrijden, wat het iets technischer maakt. Ik moet inhouden, veel inhouden en duiken in de gaatjes die ontstaan. Pas na Kwaremont plein ontstaat er veel ruimte en kan ik de gas iets meer open draaien. Het verval bij de anderen is veel groter dan bij mij en dat stemt me licht euforisch. Op de uitloper op de Nieuwe Kwaremont valt dat nog meer op en dus duik ik vol vertrouwen naar de laatste helling. Officieel. Zelfde scenario op de Paterberg echter, beetje laveren om te blijven fietsen en van zodra er een gaatje is erin duiken. Ik botst er nog op Kristof, een collega, die er net voet aan grond zet. We hadden elkaar ook al daarvoor even begroet, toen we op weg waren naar de Kaperij. Toch wel erg toevallig, op 16000 deelnemers. De Paterberg liep prima, we hebben alles gehad. Zaak nu om die 15 km ergens te gaan zoeken. Ik besluit even de spoorwegbedding af te fietsen en nog even de sfeer op te snuiven aan de Koppenberg. Tot mijn verbazing is het daar uiterst kalm nu. En dus doen we het zoals een echte flandrien. De extra lus omvat de Koppenberg. Er zit nog een man of vijf op schat ik, en die stappen allemaal. Er zijn nog enkele supporters over en die roepen naar de wandelaars dat er een fietser aankomt. Ze worden verzocht opzij te gaan. Fijn, hoef ik dat niet zelf te doen. ‘Ola, er is er nog eentje die boven geraakt’, roept er iemand. Mijn dag is hierbij volmaakt, beter kan het niet worden.

Low battery

Ik rijd terug naar de afdaling van de Paterberg en volg de officiële route naar Oudenaarde. Het gaat snel. In trio en nadien in duo gaan we nog horden mensen voorbij. Het stukje Schelde op weg naar Merelbeke is moeizamer, en zelfs mijn Garmin kreunt. Low battery, geeft hij aan. Het was een lange werkdag voor ons allebei.

P1010582

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s